Ik ben Ailbhe, maar de meeste mensen noemen mij Alfie. Ik woon in Amsterdam-Oost en dit jaar is een extra bijzonder voor mij! Het is alweer mijn tiende jaar bij Mensen Maken Amsterdam. Vanaf het allereerste buurtfonds ben ik erbij betrokken, en sindsdien ben ik niet meer weggegaan.
Het eerste buurtfonds
Mijn avontuur bij Mensen Maken Amsterdam begon tien jaar geleden toen ik bij het Amsterdams Fonds voor de Kunsten werkte. Daar was iemand toen bezig met het opzetten van het allereerste buurtfonds, en zij betrok mij er al snel bij. Eerst als freelancer, maar ik vond het zo interessant dat ik steeds dieper in het werk dook. En nu, tien jaar later, is het buurtfonds alleen maar gegroeid.
Nooit saai
Wat mij zo aansprak aan de rol is dat het constant verandert. Elk jaar ziet mijn functie er weer net iets anders uit, en dat houdt het leuk en spannend. Wat we doen is namelijk heel belangrijk: mensen die iets willen betekenen voor hun buurt, de kans geven om dat zonder drempels te doen. Of je nu vrijwilliger bent of initiatiefnemer, je moet je gesteund voelen. In het begin vond ik dat al heel belangrijk, maar inmiddels besef ik ook hoe nodig en urgent het is. We gaan de wereldproblematiek niet kunnen oplossen, maar we kunnen wel op kleine schaal mensen helpen. Of nog beter: mensen helpen om elkaar te helpen. En dat zal nooit saai worden.
Een flinke rol
Ik ben ooit begonnen als lokale coördinator van Oost, maar inmiddels ben ik ‘Hoofd Buurtfonds’. Elk stadsdeel heeft een eigen coördinator en ik ben degene die hen ondersteunt. Ik haal op waar ze tegenaan lopen, kijken of we nog doen wat we beloven, en help waar nodig. Daarnaast ben ik verantwoordelijk voor alle vrijwilligers die de aanvragen beoordelen. Het is een flinke rol, maar het past bij me.
Ik werk deels centraal, terwijl de lokale coördinatoren echt in de buurt zitten. Mijn taak is om hen te ondersteunen, zodat zij zich op hun werk kunnen focussen. Administratieve rompslomp haal ik bij hen weg, zodat ze zich kunnen richten op wat écht belangrijk is. Soms schuif ik aan bij een vergadering of spreek ik initiatiefnemers, en dan denk ik: dit is waarom we het doen. Dat contact met mensen, die combinatie van faciliteren en betrokken blijven, daar krijg ik energie van.
Mensen, aanpassen en luisteren
Drie woorden die mijn werk omschrijven: Mensen, aanpassen, en luisteren. Alles draait om mensen: initiatiefnemers, vrijwilligers, coördinatoren. Het gaat erom dat zij zich gehoord voelen en krijgen wat ze nodig hebben. De trein rijdt altijd door, maar soms moet ik op de rem trappen: moeten we iets veranderen? Moeten we een andere richting op? En heel veel luisteren. Binnen de organisatie en daarbuiten, om te begrijpen wat er nodig is.
Er zijn veel momenten waar ik trots op ben, maar een paar springen eruit. De uitbreiding van één naar twee buurtfondsen voelde als een mijlpaal. We gingen echt groeien! En toen Fonds voor Centrum werd opgericht, voelde het alsof we de stad ‘veroverd’ hadden. Nu kunnen we er echt voor iedereen zijn. Maar een van mijn grootste overwinningen was toen we een zelfstandige stichting werden. Daardoor konden we de hele aanvraagprocedure zelf regelen en veel sneller en efficiënter werken. Op dat moment dacht ik: ja, nu kunnen we écht een verschil maken!
Heb oog voor elkaar
De sleutel voor een hechte gemeenschap betekent voor mij ruimte. Mensen moeten de ruimte hebben om een gemeenschap te vormen. Dat begint bij basisbehoeften: een dak boven je hoofd, je veilig voelen, minder ongelijkheid in de stad. En natuurlijk: een beetje oog hebben voor elkaar.
Als ik één wens voor de stad mocht doen, dan zou het zijn dat iedere Amsterdammer weet dat we bestaan. Of je er iets mee wil of niet, maakt niet uit, maar dat je weet dat we er zijn. En als organisatie zou ik willen dat we financieel stabiel blijven. Niet om nog groter te groeien, maar om te garanderen dat we er over vijf jaar ook nog zijn.



